www.Fargesia.nl

Fargesia murieliae
De ideale tuinbamboe
Tuinbamboe vervolg
Fargesia robusta
Sortiment en kwaliteit
Groei
Voeding
Na het planten
Voorbeelden
Op terras en balkon
Limited Editions
Bloei
Zaailingen
Contact

Fargesia zaailingen, wat zijn dat voor planten?


Grassen vermeerderen zich meestal door zaadkorrels die door de wind, door de mens of door dieren worden verspreid. De nieuwe planten die ontstaan lijken soms erg op hun ouders, andere zien er heel anders uit. Uw kinderen kunnen op u lijken, maar vaak zijn de verschillen groter. Toen Fargesia murieliae in de jaren negentig van de vorige eeuw ging bloeien, ontstonden er uit het zaad nieuwe planten. Uit een zeer zorgvuldige selectie van één plant, die daarna door scheuren (vegetatief) is vermeerderd, is bijvoorbeeld Fargesia m. 'Mae' ontstaan, hetzelfde geldt voor Fargesia m. 'Little John' (m. staat voor moeder Murieliae). Wij hebben het over twee planten uit één moederplant, die wel broer en zus zijn, maar niet op elkaar lijken.

In Denemarken hebben kwekers hetzelfde trucje uitgehaald. Het resultaat is Fargesia m. 'Jumbo' en Fargesia m. 'Bimbo'. Maar in tegenstelling tot de kweekmethode van 'Mae' en 'Little John' (Bamboepark Schellinkhout), zijn 'Jumbo' en 'Bimbo' in Denemarken ontstaan door de minutieus en zorgvuldige selectie van duizenden, op het oog identieke, zaailingen.

Ontelbare zaailingen van Fargesia murieliae

 

Zijn 'Jumbo' en 'Mae' dus dezelfde planten? Ja en Nee. Het doel was eenduidig: men wilde uit de nieuwe zaailingen twee nieuwe planten kweken met onderscheidende kenmerken: de één moest groot zijn en een vervanger van de door bloei afgestorven moederplant en daar dus zoveel mogelijk op lijken. De ander moest laag blijven en liefst niet hoger groeien dan zo'n meter of anderhalf.

Nogmaals en ten overvloede herhaald: het verschil zit 'm in de selectiemethode: 'Mae' en 'Little John' zijn ontstaan door het scheuren van telkens één plant. 'Jumbo' en 'Bimbo' zijn minutieus geselecteerde planten uit duizenden zaailingen. Criterium van uitverkiezing was dat ze zoveel als mogelijk op elkaar moesten lijken.

Om de verkrijgbaarheid te versnellen hebben lieden met Fargesia grappen uitgehaald waarover men vandaag de dag niet graag naar huis schrijft. Planten zijn ook in een laboratorium te vermeerderen. Eén stekje van de moederplant volstaat om nieuwe planten te klonen.

Wanneer dit klonen gebeurt met het juiste plantmateriaal, dan is er niets aan de hand. Fargesia rufa en Fargesia robusta 'Pingwu' bijvoorbeeld worden op deze manier door Oprins Plant in België vermeerderd.

HET RESULTAAT ZIJN OPTIMALE EN PRACHTIGE SIERBAMBOES.

Wanneer dit klonen gebeurt met het foute plantmateriaal (een bloeier waaraan een snelle jongen niet ziet dat het een bloeier is) dan is Leiden echt in last. Want een jonge plant in een juveniel stadium uit een laboratorium ziet er altijd fris en groen uit. De verzorging is optimaal, de omstandigheden kunnen niet beter, vervolgens worden deze planten zo snel mogelijk verhandeld en in grote aantallen verkocht aan nietsvermoedende kwekers, tuincentra, bouwmarkten en wat dies meer zij. Het resultaat is één grote chaos in de discussie. De leverancier van de foute planten trekt een lange neus en gaat, om niet opgemerkt te worden, tussen de slachtoffers staan. Tientallen kwekers, met name in Duitsland zijn in de voorbije jaren door de aankoop van duizenden Fargesia m. 'Kranich' heel wat geld kwijtgeraakt. In Nederland is de schade van het bamboebestand gelukkig beperkt gebleven, maar het blijft voor de promotie van bamboeplanten een trieste geschiedenis. Parallel aan de bloei en de hieruit voortkomende onzekerheid kunnen anti-kloonmaniakken nu van alles beweren: bv. dat de laboratoriumkweek de bloei mogelijkerwijs zou kunnen versnellen. Maar voor deze bewering ontbreekt ieder spoor van wetenschappelijk bewijs.

Charley Younge